Owe no one anything, except to love one another

Nederland

'It's grazy to go for one week to your own country.' Dat zei ik vorige week nog tegen iemand die voor tien dagen naar Engeland ging. Maar nog geen week later besloot ik zelf om terug te gaan naar Nederland. De aanleiding, het overlijden van mijn opa, was verdrietig. Maar het feit om precies in het midden van mijn verblijf een weekje naar Nederland te gaan stond me wel aan. Niet dat ik het zat was in Bangladesh, maar ‘even om een hoekje kijken' leek me wel leuk. Dus zo vertrok ik vorige week donderdag onverwachts met een bijna lege koffer naar Nederland. Verlangend om mijn familie te zien, en fantaserend over wat ik terug in mijn grote lege koffer zou stoppen. En in de hoop dat ik na wat bezoekjes aan de Ambassade weer snel een visum zou hebben om terug te gaan naar het land waar ik met plezier mag werken.

Vanuit de lucht viel het al op: Nederland is georganiseerd. Dan moet je natuurlijk net boven de Flevopolder vliegen waar alles vierkant aangelegd is.

Nederland is herkenning. Op Schiphol dacht ik dat ik heel veel mensen mijn bekend voor kwamen. Maar ik denk dat het gewoon de bouw van het Nederlandse hoofd is wat mij bekend is. En mensen hebben weer blauwe ogen.

Nederland is schoon. Voortaan als de NS mij een enquête mailt over de schoonheid van de stations geef ik alles een dikke tien.

Nederland is stil. Zo stil, dat je 's nachts alleen een paar vogeltjes hoort. Geen vrachtauto die midden in mijn nacht stenen komt lossen. Geen mensen die 's avonds met hun mobieltje door de straat lopen en muziek luisteren.

Nederland is licht. Zelfs om 11 uur is het nog niet helemaal donker. In Bangladesh was het om 7 uur al donker.

Nederland is mooi! Het leek alsof ik op vakantie was in eigen land. Alles was zo groen, zo mooi, zo stil. Tijd om maar eens foto's te maken van het schitterende land waar wij wonen. Alhoewel, de groene velden en het water komt aardig overeen met Bangladesh.

Maar tussen alle fijne ontmoetingen door was daar het moment om afscheid te nemen van mijn opa. Nooit meer zal hij zitten in zijn stoel bij het raam, mij begroeten als een ‘Spekkie' terwijl ik helemaal geen Speksnijder ben. Nooit meer, maar toch. Ik weet me getroost door de woorden die we zongen. Waar ik ook heen mag gaan en hoe ons leven zal lopen, God zal voor mij zorgen, ook in Bangladesh!

Verder heb ik het land doorgereisd: Amsterdam, Leiden, Gouda, Den Haag, Groningen en Leeuwarden bezocht. Deels familiebezoek, deels voor mijn visum. Mijn drie-maanden visum in Bangladesh was verlopen en een nieuwe was aangevraagd, maar nog niet binnen. Dat gaf wat geregel in Bangladesh om de aanvraag af te zeggen en in Nederland weer in gang te zetten. Maar ik mag tot begin september in Bangladesh blijven en dat is lang genoeg!

Vanmorgen ben ik weer geland in Bangladesh. Ik heb geprobeerd mijn verloren slaap in te halen en nu ben ik al weer ijverig een les aan het voorbereiden. Ik had gelijk. 'It's grazy to go for one week to your own country.' Het voelt inderdaad raar zomaar even in Nederland te zijn. Raar, omdat het normaal hoort te zijn, maar door mij niet meer als normaal ervaren wordt.

Dan hier maar weer 'normaal' aan het werk.

P.s. In mijn ruimbagage terug zat: chocola voor mijn huisgenoten (ik heb nog steeds van 3 maanden terug), kaas, stroopwafels, hagelslag. En vanmorgen bezorgde de post ook nog eens een Hollandse ontbijtset. Dat wordt even lekker eten!

Stagiaires begeleiden in CRP

Het is nog vroeg als ik mijn huis verlaat. De route naar school vertoont een ander straatbeeld als gewoonlijk. Het is te vroeg voor spelende kinderen. Tandenpoetsende bouwvakkers en rickshawpullers die de banden oppompen zijn degenen die me deze morgen aanstaren. Het is een kunst op zich om alle plassen en modderige gebieden in deze wijk van zand te vermijden. De regen van het afgelopen weekend (= vrijdag/zaterdag) heeft zijn sporen nagelaten. Om 7 uur kom ik op de universiteit aan, klaar om zoals elke zondag naar Centre for Rehabilitation of the Paralysed (CRP, www.crp-bangladesh.org) te gaan.

Het is een ruim half uur rijden met het busje en ik geniet altijd van het tochtje. Alhoewel, soms mopper ik inwendig op alle hobbels en kuilen in de wegen, alle auto's die inhalen als er geen ruimte voor is, en iedereen die toetert terwijl dat nergens voor nodig is. Ik vind het leuk om te zien hoe iedereen zich gereed maakt voor een nieuwe werkdag. Voor de één is dat de hele dag rijst oogsten, voor de ander de hele dag achter een mandje bananen zitten. Soms hard werken, zoals een rickshawpuller. Voor de ander gezellig met je buren voor je winkel zitten en thee drinken (en soms zelfs tv kijken!). Voor mij is het vier gemotiveerde leerlingen begeleiden tijdens hun stage in een ziekenhuis met voornamelijk patiënten met een dwarslaesie en/of doorligwonden. We mogen hen een helpende hand bieden in een weg naar stabilisatie, herstel en integratie in het leven met een levensveranderende beperking.

Wanneer ik mezelf in een categorie hardwerkend of niet in zou moeten delen zou ik voor het laatste gaan. Eerst zet ik mijn studenten aan't werk. Ze weten in welke zaal ze ingedeeld zijn en gaan ijverig aan de slag. Te ijverig naar mijn zin, want de vorige keer hebben we het erover gehad dat verpleegkundige rapportage van belang is. Nu gaan ze aan de slag zonder enige overdracht. Eén voor één loop ik ze langs op de zaal, probeer samen met hen een antwoord te vinden op hun vragen, hen te stimuleren om de theorie in de praktijk toe te passen en hen draag hen op een verpleegplan met drie diagnoses en interventies te maken. 

Dan heb ik gelegenheid om bij de directeur van de verpleegkunde-opleiding langs te gaan. 'Wait one minute.' Na een kwartiertje komt ze opdagen. Dat valt mee. Ik ga met haar in gesprek over onze studenten. Ze is tevreden over ons werk op de afdeling. In CRP worden de meesten intern opgeleid. Maar ze heeft ook nog een vraagje voor mij. Of ik een uurtje les wil geven aan haar studenten op de dag dat ik hier ben. 'Ach ja, als't onderwerp niet te moeilijk is, waarom niet?' Dus volgende week mag ik met mijn MDL-ervaring les geven over ‘verpleegkundige interventies bij diarreepatiënten'. (Toen ze over de deflijsten hoorde was ze helemaal enthousiast....!)

Terug naar de afdeling. Er zijn ongeveer 80 patiënten in het ziekenhuis. En er lopen drie gediplomeerde verpleegkundigen rond! Verder zijn er een heleboel (ongeveer 12, exclusief de vier van onze universiteit) leerlingen rond. Bij de leerlingen is een groot verschil tussen alle jaargangen. Dat wordt aangegeven in de gekleurde band om de taille of op de schouders. Eerstejaars mogen allen patiënten draaien. Maar ik zie geen goede hantering van tiltechnieken, ze trékken 'gewoon' aan het lijf. Het wassen van de patiënt en voeden is aan de familie van patiënten. De grootste taak voor de verpleegkundigen is wondzorg. Ze zeggen dat geen van de patiënten decubitus (doorligwonden) oplopen in het ziekenhuis. Maar dat betwijfel ik. Voor de kenners; ik denk dat graad 1 en 2 wel ontwikkeld wordt, maar graad 3 en 4 niet. En dat vind ik best knap met de rampzalige matrassen en plastic zeiltjes die ze hebben. Toch zie ik wel grote wonden graad 3 en 4. Dat zijn allemaal patiënten die thuis weken- of maandenlang op bed gelegen hebben. Als je voor een lange tijd op drukplekken ligt gaat je huid stuk en kun je een grote wond ontwikkelen.

Terwijl wij naar de wondzorg keken merkte de verpleegkundige op: 'How is your teacher doing?' De ogen werden op mij gericht. Ik dacht dat niemand mijn bleek wordende gezicht op zou merken, maar helaas. Wat was ik blij dat ik net gegeten had! Anders was ik misschien wel onderuit gegaan. Kijken naar wonden is heel wat lastiger als zelf z'n wond verzorgen.

Verder lijkt het alsof de (leerling)verpleegkundigen veel in de teampost rondhangen en met elkaar kletsen. Ook zijn de leerlingen op de zaal hun studieboek aan het lezen. Het boek is in het Engels, maar ze begrijpen er maar weinig van. Ze kunnen amper met mij een conversatie hebben. Maar als je je boek letterlijk instudeer, kun je dat letterlijk op je examen schrijven zonder het te begrijpen. Dat is hun manier van leren.... En ik mag hun vragen beantwoorden, maar helaas weet ik niet alle details meer over de specifieke zorg voor de zwangere vrouw.

Na deze ‘drukke bezigheden' ga ik me als een echte Bengaal gedragen. En dat is rondhangen en kletsen. Dus ik ga even op bezoek bij een stagiaire uit Nederland die hier onderzoek doet. Het voelt raar om Nederlands te praten, maar ik vind het erg leuk om onze ervaringen te delen. 'Heb jij dat nu ook dat je in het Engels gaat denken en dromen?' 'En dat je moet zoeken naar de woorden?' Allemaal herkenbaar.

Eerste week lesgeven!

Mijn eerste échte werkweek was een week vol nieuwe indrukken en ervaringen. Doordat deze week in het teken stond van ‘International Nurses Day' oftewel dat dag van de verpleging, waren er deze week ook verschillende bijeenkomsten. Een paar impressies van deze week.

Maandag heb ik mijn eerste les gegeven aan een tweedejaars klas van ongeveer 16 leerlingen. Aan het begin van de les werd mij een bloemetje overhandigd, vers geplukt op de campus van de universiteit. Een lief gebaar! En de studenten zijn ook echt lief. Ze waren muisstil toen ik hen aan het begin van de les een opdracht gaf. Helaas bleef het soms ook muisstil als ik ze een vraag stelde. Ik kon merken dat ze een leersysteem van interactie met de docent niet gewend zijn. Toch is dat wel de manier van leren die IUBAT wil onderwijzen. Lesgeven vreet ook energie! Al mijn energie wat ik voor deze dag had was ik verloren naar één uur lesgeven. De zweetdruppels leken als tranen over mijn gezicht te lopen. Lesgeven in het Engels viel me wel tegen. Zeker deze ‘taaie' kost over de geschiedenis der verpleegkunde. Hoe kan ik dat interessant maken en uitleggen? Zeker als mijn woordenschat te klein is om het verhaal in een andere variatie te vertellen als wat op de powerpoint staat. Voor de volgende dag had ik me dus nog beter voorbereid. Ik voel me soms te kort komen als ik iets uit wil leggen maar ik de juiste woorden niet kan vinden. Gelukkig heeft http://www.mijnwoordenboek.nl/ (m'n favourite site!) daar wat op bedacht. Ik typ een Engels woord en ik krijg een rijtje synoniemen, waar ik er eentje van uit pik om mijn verhaal wat meer variatie te geven. Het leek te dinsdag te werken, totdat mijn leerlingen na twee pogingen nog niet begrepen wat de juiste attitude was van een ‘critical thinker'. Dat is onder andere creativiteit, dus ik probeerde als HET voorbeeld van een critical thinker uit te leggen wat de juiste attitude is. Lastig om creatief te zijn met Engels! Dat de leerlingen het niet vatten kan deels aan mij liggen, maar ligt ook aan hun gebrekkige Engels. Het was erg bemoedigend voor mij om aan het einde van deze week de volgende mail te ontvangen: 'Hi mam, how  are you?  You look  so  nice .  And  your  teaching  system  is  also  fine.Ok mam,bye .Oh  sorry ,  you are   also  hardworker  and  helper  for us.'

De leerlingen zijn inderdaad lief en behulpzaam. Elke keer als ik naar het klaslokaal loop komt er iemand naar mij toe die mijn boek of mijn laptop overneemt om te dragen. Ook aan het einde van de les hoef ik me daar geen zorgen over te maken. Het voelt soms wel stom. Bijvoorbeeld op het moment dat ik in de 'rij' (een echte rij kenen ze niet) sta om te kopiëren en één van de leerlingen even regelt dat ik vooral kom te staan. Respect voor docenten gaat hier ver.

Ook zijn de leerlingen altijd in voor een praatje. Enthousiast kwam een leerling naar mij toe om over het Nederlandse voetbalteam te praten. Helaas was hij bij mij daarvoor aan het verkeerde adres. Maar hij heeft er wel voor gezorgd dat ik me wat meer in het WK verdiep aangezien ik Nederland hier vertegenwoordig.

Woensdag was mijn eerst vaardigheidsles: leren handen wassen. Zoiets gaat mij beter af om uit te leggen als de theorie. De studenten deden ook enthousiast mee, waardoor ik wat meer vertrouwen kreeg voor mijn volgende lessen.

Daarnaast vierden we woensdagmiddag de ‘international nursesday' met de leerlingen. Mijn speech-vaardigheid is weer eens beproefd. Zo'n feestmiddag is niet compleet zonder de (volks)liederen met trommels en harmonium en dans. Dat zagen we ook donderdag toen we bij een een ziekenhuis uitgenodigd waren, waar onze leerlingen stage lopen. Na twee uur hadden we het donderdag wel gezien en wilden we opstappen. Maar dat kon niet voordat ze ons iets te eten aangeboden hadden. Dus wij weer terug naar onze eliteplaats, vooraan, wat gegeten en gedronken en toen er snel vandoor voordat we nog meer oponthoud zouden krijgen.

Tussen alles door zijn er van die kleine dingetje op de universiteit die het werk leuker maakt. Bijvoorbeeld toen ik één van mijn leerlingen deze week niet herkende, omdat ze altijd in boerka loopt. Ze had besloten deze week geen boerka over haar kleding aan te doen, omdat het deze week zo heet was. Alleen aan haar stem herkende ik haar. Ik was verrast om de persoon die altijd in de boerka schuil ging..... Of het gesprek met een docent Engels. Hij beweert de juiste antwoorden te weten: 'Westerse mensen hebben niet het juiste beeld van Azië. En Bengalen geven vaak het verkeerde antwoord.' Dus als ik vragen heb, weet ik waar ik moet wezen. Dit zelfde geldt voor vragen over de Islam. Hij beweert de wijsheid in pacht te hebben. Maar naar mijn idee is zijn kennis van andere religies niet helemaal de juiste. Dat kunnen nog eens interessante ‘teatime'-momenten worden.

En zo zou ik nog wel door kunnen gaan met impressies van deze week. Ik laat het hier maar bij.

Deze week heb ik twee nieuwe collega's gekregen uit Canada: Rebekah woont bij mij in huis en Rhodina woont in het appartement boven ons. Ik ben dankbaar voor wat meer gezelligheid in huis na een maandje alleen te wonen. In twee maanden tijd is de populatie van vrijwilligers geheel vervangen.  

Groetjes!

P.s. Voor foto's zie 'International Nurses Day'

Wat je niet op de foto's ziet....

Vrijdag vertrok ik met mijn collega's Alex en Vaughn, twee (IS) dokters van ICDDR,B en Louise naar LAMB-hospital. Een ziekenhuis in het armste gedeelte van Bangladesh. Louise werkt daar al enkele jaren als arts en Tom (één van de dokters van ICDDR,B) gaat daar de komende vier maanden aan de slag.

Beelden zeggen meer dan duizend woorden. Vandaar dat ik een flinke fotopresentatie geplaatst heb. Maar toch viel niet alles van een weekendje naar het Noord-Westen van Bangladesh in beeldmateriaal te vangen:

Een glimp die ik van India opgevangen heb. De trein leidde ons op een gegeven moment langs de rivier die India van Bangladesh scheidt.

Hoe heerlijk de rust was van het platteland. Ik waadde me bijna in de Krimpenerwaard. Alleen de gloeiend hete zon vertelde dat ik ergens anders ben. Koeien, trekkers en fietsen maken hier weer deel uit van het dagelijkse leven. Het uitzicht is wijds, de geur niet meer die van auto's. Geen rondwaaiende stofwolken..... Kortom. Ik heb genoten om er even een weekendje tussenuit te zijn.

Klaar om écht met mijn werk te beginnen!

P.s. Met schaamte moet ik bekennen dat ik mijn Nederlands verleer. Terwijl ik dit verhaaltje typ komen de Engelse woorden in mij op ipv Nederlandse. En dat terwijl ik altijd tegen de verengelsing van onze taal ben. Ik begin steeds meer te begrijpen waarom Engelse woorden onze taal binnen sluipen.....

Een dagje wat anders

Donderdag had ik een onderbreking van mijn dagelijkse werk: kinderen in een opvanghuis inenten tegen Tyfus. Het opvanghuis was aan de ander kant van de stad. Ik woon in het noorden en we moesten naar het westen. Gelukkig namen we de rondweg om de stad heen. Een ritje met wat minder verkeersopstoppingen en meer  uitzicht op de groene rijstvelden. In het opvanghuis verblijven 180 kinderen. Een derde woont er en de rest komt overdag voor onderwijs, maar woont op straat of in een armoedig huis. We waren met z'n vijven en dan is 180 kinderen een prikje geven in een uurtje gedaan. Een enkeling kroop weg en wilde toch liever geen prik van een zo'n wit eng uitziende mevrouw.

's Avonds waren ik en verschillende docenten van de universiteit uitgenodigd op een bruiloft. De zoon van één van de chauffeurs trouwde. Ik kende de chauffeur niet eens, laat staan zijn zoon. Het is hier de gewoonte dat de familie de gasten uitnodigt en niet het bruidspaar zelf. (Bij deze nodig ik jullie dus ook allemaal uit voor de bruilof van mijn broer: 10 september, tijd en plaats volgt.) Een huwelijk is een verbinding van twee families. En daarbij probeer je als familie indruk te maken op de andere. Dus docenten uitnodigen van de universiteit scoort goed. Helemaal als het je lukt om ook een paar blanken uit te nodigen. Vandaar dat er nogal wat foto's van mij en Alex gemaakt werden.

We gingen er met een bus vol docenten naar toe. Aldaar kregen we eten voorgeschoteld. Eindelijk kon ik weer eens met mijn handen eten! Maar ze zagen mij zo tobben dat ze een vork en mes voor mij regelden. Het probleem is namelijk dat het eten nog te warm was om beet te pakken met m'n vingertoppen. Na een half uurtje gingen we er weer vandoor. Het bruidspaar heb ik niet gezien. Ik weet nog steeds niet wat het verschil is tussen met je collega's naar een bruiloft gaan en met je collega's uit eten gaan. Misschien hebben jullie suggesties.....

Een onderbreking van mijn dagelijkse werk..... Dan wordt het toch eens tijd om mijn dagelijkse werk te omschrijven. Uiteindelijk ga ik hier meer les geven als dat ik dacht. En het lijkt me leuk. En het betekent ook dat ik mijn Engels toch goed genoeg acht om les te geven.

Ik ben nog niet begonnen met het les geven omdat de studenten nu tussen twee semesters in zitten. Het Spring-Semester is in april afgerond met examens. Deze laatste twee weken hebben de studenten vakantie en in mei begint het Summer-Semester. Dan begint voor mij ook het echte werk. Nu bereid ik vooral lessen voor. Dat kost mij mega veel tijd. Eerst de stof voor mezelf opfrissen, dus zorgen dat ik de Engelse tekst snap. Vervolgens dat in een powerpoint gieten. Met dank aan http://www.mijnwoordenboek.nl/ kom ik een heel eind! Het is niet zo eenvoudig als een Engels verslag op de middelbare school. Daar kon ik nog teksten in vermelden wat ik niet snapte. Het ging er mij om dat de docent een mooi Engels verslag door kon nemen. Maar nu moet ik onderwijzen, moet ik zelf snappen waar het om gaat om mijn kennis over te brengen. En dat vraagt behoorlijk wat tijd. Maar ik moet zeggen dat ik het leuk vind om mijn kennis op te frissen en om te zetten in lesmateriaal.

Daarnaast ga ik in mei in ieder geval één dag per week naar het ziekenhuis om vier leerlingen te begeleiden. En ik hoop dat ik nog een andere stageplaats mag begeleiden. Ik hoop jullie volgende week meer over het Bengaalse ziekenhuis leven te kunnen vertellen!

Groetjes,

Corina

Happy New Year!

14 April is hier het 1417e Bengaalse jaar begonnen. Een bijzondere dag, want tegelijkertijd begon mijn 25ste levensjaar. (Dat klink nog ouder dan dat ik gewoon zeg dat ik 24 geworden ben).

Eindelijk mocht ik 's morgens de kaarten open maken die de laatste drie weken per post gearriveerd waren en het cadeau dat ik zelf meegesleept had uit Nederland! Het schijnt dat er nog meer post onderweg is. Tja de post is hier niet betrouwbaar. Sommige dingen arriveren binnen 2 weken en andere kaarten zijn na 6 weken nog niet aangekomen. Maar nu een aswolk boven Nederland hangt, brengen vliegtuigen natuurlijk geen nieuwe post.

's Morgens gewoon lekker gerelaxt in mijn huisje waar ik steeds meer thuis raak. Ik heb het appartement nu voor mezelf. Vorige week vrijdag zijn beide huisgenoten vertrokken. Cailey zou eigenlijk tot de 20ste blijven, maar ze was de laatste tijd steeds aan het kwakkelen met haar gezondheid, zodat ze maar eerder naar Canada gegaan is. In mei hopen er weer andere vrijwilligers te arriveren voor het verpleegkunde-programma. Wederom Canadezen.

's Middags ben ik naar de Dutch Club gegaan om eens wat anders als lunch te hebben als rijst, kip en dawl, bekenden te ontmoeten en met hun de verjaardagstaart te delen. Ook kon ik daar heerlijk zwemmen en afkoelen van 40 graden. Water van 26 graden voelt dan best koud aan. Er waren heel wat mensen in de club, doordat het hier een vrije feestdag is.

Op de terugweg naar huis weer een nieuwe ervaring opgedaan: reizen per bus. Dat is echt goedkoop: 10 cent om vanuit het midden van de stad naar het noorden te reizen. Zelfs de riksja is duurder. De bus schijnt ook veilig te zijn voor zover je veilig kunt reizen in Dhaka. Alle bussen zijn vol met deuken, maar dat betekent dat bij een botsing de sterkste overwint en de bus nog prima verder kan rijden.

's avonds op z'n Bengaals het nieuwe jaar gevierd. Ik en twee collega's waren uitgenodigd bij een professor van IUBAT (de universiteit). Daar waren nog ongeveer 35 andere Bengalen en één Afrikaan. Met de trommel en harmonium werd muziek gemaakt en Bengaalse (volks)liederen gezongen. Ook werden enkele gedichten voorgedragen. De muziek is echt totaal anders als de westerse muziek.  Als afsluiting werd met elkaar gegeten. Inmiddels was het al 11 uur, maar hier is het normaal om pas je avondeten voor bedtijd te nuttigen.

Groetjes,

P.s. Binnenkort zal ik eens over m'n dagelijkse werk hier schrijven

3 Nieuwe fotoseries

Ik liep een beetje achter met het plaatsen van foto's. Foto zeggen soms meer zegt dan 1000 woorden, daarom heb ik weer een paar series geplaatst: foto's bij 'Weekendje weg', 'Riksjarijden in Bangladesh' en nog wat foto's van mijn dagelijkse wandeling naar school.

Geniet ervan!

Een warme groet uit Bangladesh, (deze week wordt het boven de 40 graden.....).

Corina 

Riksjarijden in Bangladesh

Hier even wat Bengaalse regels over het rijden in een riksja. Voor iedereen wie het project ‘Gewoon Gastvrij' iets zegt wellicht zinvol om door te nemen. Grote kans dat het er op Java ook zoiets dergelijks aan toe gaat. (Wanneer ‘Gewoon gastvrij' je niets zegt is het ook leuk om door te nemen)

Voor de bestuurder:

-          De bestuurder van de riksja is altijd een man. Hij draagt een doek als een soort overslagrok  en volgens zeggen geen ondergoed. Om zijn hoofd of aan zijn stuur heeft hij een doekje om zweetdruppels af te vegen.

-          Als riksjabestuurder kies je voor jouw de beste en korste weg. Daarbij overtreed je alle verkeersregels. Ga gerust op de rotonde tegen het verkeer in, of fiets op de provinciale weg, negeer stoplichten en verkeersbrigadiers. De enigste verkeersregel die iedereen hanteerd is: 'Ik heb voorrang.'

-          De bestuurder van de riksja staat meestal. Met je hele gewicht kun je dan kracht zetten. Maar soms staan moet je staan, omdat het zadel te hoog is.

-          De mensen in het bakje hoeven nooit uit te stappen, hoe zwaar de last ook is. Als er een te hoge drempel is stap je even af trek je je riksja.

-          Wees creatief en maak een bel die een oorverdovend lawaai maakt. Iedereen gaat dan zeker aan de kant.

Voor de gasten:

-          Onderhandel altijd over de prijs. Misschien in jullie geval voorstellen om meer te betalen.

-          Wees gastvrij en nodig nog een derde persoon uit om plaats te nemen. Alhoewel het bakje twee personen breed is kunnen er gerust drie volwassenen en een paar kinderen in plaats nemen. De derde persoon neemt op de achterste richel plaats.

-          Wanneer je een buitenlander tegenkom staar je haar  zo lang mogelijk aan. Eventueel maak je met je mobieltje een foto. Zo iemand is immers een bezienswaardigheid.

-          17 April is een goede dag om te verhuizen. Je inboedel vervoer je per riksja. Of doe de boodschappen voor de hele week, laad alles achterin het bakje en laat je naar huis rijden.

-    Je kunt ook met een magafoon plaatsnemen op de riksja en, terwijl je rondgereden wordt, iets omroepen voor het hele dorp.

-          Zit er een rochel in de weg? Geen nood, schraap luidruchtig je keel en deponeer het voor iemands voeten op straat. Schaam je zeker niet voor het geluid dat je produceert.

(Arme riksjabestuurder)